Een open keuken is gezellig, maar de geur van bakken en braden trekt ook zo de woonkamer in. Hij blijft hangen in de bank, de gordijnen en de kussens, en omdat er geen deur is om dicht te doen, kun je hem moeilijk tegenhouden. Met een paar vaste gewoonten houd je het grootste deel van de kooklucht toch bij de plek waar hij ontstaat, en blijft de woonruimte prettig om in te zitten.
Zet de afzuigkap aan voordat je begint met bakken, en laat hem nog even doorlopen als het fornuis alweer uit is. Kook zo mogelijk op de achterste pit, want daar pakt de kap de damp het best op. Leg een deksel op de pan zodra het kan, zodat er minder damp ontsnapt. Een kap die de lucht naar buiten voert, werkt meestal beter dan een kap die de lucht alleen rondblaast.
Open tijdens het koken een raam of deur aan de keukenkant, zodat er een lichte luchtstroom naar buiten ontstaat. Houd de ramen in de woonkamer dan juist dicht, want anders trekt de lucht de verkeerde kant op. Bak sterk ruikende gerechten liever niet vlak voordat er bezoek komt, of kies dan een gerecht dat minder geur afgeeft, zoals iets uit de oven of een rustig pruttelende soep.
Na het koken
Zet na het eten twee ramen tegenover elkaar wijd open en zorg een tijdje voor een flinke doorstroming. Dat werkt beter dan een raam dat de hele avond op een kier staat, omdat de lucht dan echt ververst wordt. Veeg intussen het fornuis, het aanrecht en de tegels erboven af, want vetdamp zet zich daar af en houdt de geur vast. Was theedoeken en handdoeken uit de keuken regelmatig.
Maak het vetfilter van de afzuigkap met regelmaat schoon, want een vol filter werkt slechter en gaat na verloop van tijd zelf ruiken. Hang keukentextiel na gebruik op een droge plek in plaats van het nat op te vouwen. Laat de bank en de gordijnen aan de keukenkant af en toe luchten bij een open raam of buiten. Dan blijft de geur minder lang hangen en voelt de woonkamer sneller weer fris aan.